De Here, uw God, stelt u op de proef

“De HERE, uw God, stelt u op de proef om te weten, of gij de HERE, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel” (Deuteronomium 13:3).

Indien wij weten hoe God door de eeuwen heen de mensen op de proef heeft gesteld, kunnen wij beter begrijpen hoe Hij ons nu op de proef stelt.

Eén van de grote proeven is de gehoorzaamheidsproef. Op straffe van dood werden Adam en Eva verteld dat zij de vrucht van de boom, die midden in de hof stond, niet mochten eten of aanraken (Genesis 3:3). Door hun ongehoorzaamheid kwamen moeite, pijn en dood Gods goede schepping binnen. Maar zouden wij het beter gedaan hebben?

God gaf het sabbatgebod om Israël op de proef te stellen nadat Hij hen uit Egypte had geleid. “Toen zeide de HERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen; dan zal het volk uitgaan en verzamelen zoveel als voor elke dag nodig is, opdat Ik het op de proef stelle, of het al dan niet wandelt naar mijn wet” (Exodus 16:4). Zij moesten manna op zes dagen verzamelen maar niet op de zevende.

De gemakkelijkste route naar het beloofde land heeft God ook niet gekozen. Nu doet men er zeven uur over om per auto van Cairo naar Gaza te gaan. Waarom heeft God Zijn volk door de diepte van de zee en door de ontbering van de woestijn geleid? Hij stelde hen op de proef.

“Gedenk dan heel de weg, waarop de HERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, om u te verootmoedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt onderhouden. Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat gij niet kendet en dat ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat” (Deuteronomium 8:2, 3).

De tocht door de Schelfzee was een voorafbeelding van onze doop (1 Korintiërs 10:1, 2). De intocht in het beloofde land was een voorafbeelding van onze uiteindelijke rust (Hebreeën 4:8). God stelt ons op de proef tijdens onze zwerftochen door de woestijn van dit leven.

Om Zijn volk op de proef te stellen, liet God toe dat sommige valse profeten wonderen verrichtten: “Wanneer onder u een profeet optreedt of iemand, die dromen heeft, en hij u een teken of een wonder aankondigt, en het teken of het wonder komt, waarover hij u gesproken heeft met de woorden: laten wij andere goden achterna lopen, die gij niet gekend hebt, en laten wij hen dienen _ dan zult gij naar de woorden van die profeet of van die dromer niet luisteren; want de HERE, uw God, stelt u op de proef om te weten, of gij de HERE, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel. De HERE, uw God, zult gij volgen, Hem vrezen, zijn geboden houden en naar zijn stem luisteren: Hem zult gij dienen en aanhangen” (Deuteronomium 13:1 t/m 4).

Mensen worden nu op dezelfde wijze op de proef gesteld. Jezus waarschuwde: “Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen tekenen en wonderen doen om, ware het mogelijk, de uitverkorenen te verleiden” (Marcus 13:22). In verband met de wetteloze zei Paulus: “Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid” (2 Tessalonicenzen 2:9 t/m 12).

Bepaalde denominaties en bewegingen gebruiken verschijningen, wonderen en tekenen om mensen te bedriegen.

Een meisje van 14 jaar te Lourdes beweerde dat Maria aan haar in een grot was verschenen. Dit wordt nu gebruikt om mensen een beeld te laten aanbidden, wat in strijd is met Gods woord (Exodus 20:4; 1 Korintiërs 10:14).

Er zijn mensen die beweren dat zij in tongen kunnen spreken, terwijl vrouwen in hun gemeenten voorgaan, iets dat God verbied (1 Korintiërs 14:34).

Door tekenen en wonderen worden mensen op de proef gesteld om te zien of zij God willen gehoorzamen of hun emoties willen volgen.

God liet toe dat de omringende volken Israël op de proef zouden stellen. God zei: “Omdat dit volk het verbond heeft geschonden, dat Ik hun vaderen opgelegd had, en omdat zij niet geluisterd hebben naar mijn stem, zal Ik ook geen van de volken die Jozua bij zijn dood heeft overgelaten, meer voor hen uit wegdrijven om door hen Israël op de proef te stellen, en te zien of zij al dan niet de weg des HEREN zouden houden, door daarop te wandelen, zoals hun vaderen gedaan hebben” (Richteren 2:20 t/m 22).

In onze tijd laat God toe dat de vele kerkgenootschappen met hun verwarrende, tegenstrijdige en onbijbelse leerstellingen ons geloof op de proef stellen. Willen wij God dienen gewoon als christenen, leden van het ene lichaam, de gemeente van Christus? Of willen wij iets anders worden of ons bij iets anders aansluiten?

Soms onttrekt God zijn bescherming om zijn dienaars op de proef te stellen. Over Jechizkia, één van de trouwste koningen van Juda, lezen wij: “Ter gelegenheid van het gezantschap, dat de vorsten van Babel tot hem gezonden hadden om naar het wonderteken dat in het land geschied was, te vragen, was het aldus: God verliet hem om hem op de proef te stellen, teneinde te weten alles wat in zijn hart was” (2 Kronieken 32:31). Jechizkia liet al zijn schatten zien. God zei dat de tijd zou komen wanneer alles wat hij hen toonde naar Babel weggevoerd zou worden.

Voelt u zich soms door God verlaten? Misschien stelt Hij uw geloof en liefde op de proef. Toen Jobs rijkdom werd gestolen en zijn lichaam door zweren was bedekt, werd zijn trouw bevestigd. Job leerde God beter kennen en voor zijn volharding werd hij beloond.

David heeft gebeden: “Ik weet, mijn God, dat Gij het hart toetst” (1 Kronieken 29:17).

Hij schreef ook:
“De HERE woont in zijn heilig paleis,
de HERE heeft in de hemel zijn troon;
zijn ogen slaan gade,
zijn blikken doorvorsen de mensenkinderen.
De HERE toetst de rechtvaardige en de goddeloze;
en wie geweld bemint, die haat Hij”
(Psalm 11:4, 5).

Door de profeet Jeremia verklaart God: “Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen? Ik, de HERE, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat, om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden” (Jeremia 17:9, 10).

Er werd voorspeld dat de Messias Zijn volk zou zuiveren en dat slechts een overblijfsel zou behouden worden. “Zwaard, waak op tegen mijn herder, tegen de man die mijn metgezel is, luidt het woord van de HERE der heerscharen; sla die herder, zodat de schapen verstrooid worden; en Ik zal mijn hand keren tegen de kleinen. In het gehele land, luidt het woord des HEREN, zullen twee derden uitgeroeid worden en de geest geven, maar één derde zal daarin overblijven. Dat derde deel zal Ik in het vuur brengen, en Ik zal hen smelten, zoals men zilver smelt, ja hen louteren, zoals men goud loutert. Zij zullen mijn naam aanroepen en Ik zal hen verhoren. Ik zeg: Dat is mijn volk; en zij zullen zeggen: De HERE is mijn God” (Zacharia 13:7 t/m 9).

Johannes de Doper sprak over deze loutering: “Toen hij nu zag, dat vele van de Farizeeën en Sadduceeën tot de doop kwamen, zeide hij tot hen: Adderengebroed, wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan? brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt; en beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken. Reeds ligt de bijl aan de wortel der bomen: iedere boom dan, die geen goede vruchten voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan is in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer geheel zuiveren en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur” (Matteüs 3:7 t/m 12).

Door het testen van onze gehoorzaamheid, stelt God onze liefde op de proef. Onze vrucht wordt ook gekeurd.

Jezus zei: “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage. Gij zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft. Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. Wie in Mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand” (Johannes 15:1 t/m 6).

Let op dat alle ranken worden gesneden. De vruchteloze worden afgesneden; de vruchtbare worden gesnoeid.

Ook ons werk wordt op de proef gesteld. Paulus schrijft: “Want Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij. Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt. Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt. Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen” (1 Korintiërs 3:9 t/m 15).

Hoe wij het evangelie verkondigen en hoe wij onze erediensten inrichten, kan bepalen welke soort mensen wij aantrekken en of wij met stro of met kostbaar gesteente bouwen.

Afvallige kerken gebruiken wereldse middelen om mensen te lokken: indrukwekkende gebouwen, praalvertoning met kleurrijke klederdracht, en instrumentale muziek.

Sommige gemeenten bouwen met stro door mensen met wereldse middelen te lokken, bijvoorbeeld met wat zij een “eigentijdse eredienst” noemen, met luidruchtig instrumentale muziek. Eén jonge vrouw die zulk een dienst had bijgewoond, zei: “Het was geweldig! Wij dansten op de tafels!” Sommigen gebruiken het aanlokkelijke van deze wereld om mensen te trekken met het idee dat nadat zij komen, hun aandacht misschien naar geestelijke zaken kan omgewend worden. Maar hoe geestelijk is deze benadering? Kunnen wij ons inbeelden dat Jezus of Paulus zoiets zou doen?

Jezus zei: “En als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken” (Johannes 12:32). Paulus verklaarde: “Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft” (Romeinen 1:16).

Zij die hun toevlucht tot wereldse lokmiddelen nemen, hebben weinig geloof in de aantrekkingskracht van Christus en het evangelie.

Wij moeten opletten hoe wij bouwen. Werelds vermaak trekt stro aan. Goud, zilver een kostbaar gesteente zijn moeilijker te bekomen, maar ze kunnen het vuur doorstaan. Deze mensen worden aangetrokken wanneer wij Christus verhogen en hen geven wat zij nergens anders kunnen vinden, het woord van God.

Wij worden ook door verdeeldheid op de proef gesteld. Paulus schreef aan de Korintiërs: “Want vooreerst is er, naar ik hoor, wanneer gij als gemeente samenkomt, verdeeldheid onder u, en ten dele geloof ik dit. Want scheuringen moeten er wel onder u zijn, zal het blijken, wie onder u de toets kunnen doorstaan” (1 Korintiërs 11:18, 19).

Jezus heeft voor eenheid gebeden (Johannes 17:20 t/m 23) maar niet voor eenheid koste wat het kost. Hij bad voor eenheid op Gods woord gebaseerd, “Ik heb hun uw woord gegeven” (Johannes 17:14); “Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid” (Johannes 17:17). Wanneer verdeeldheid komt -- veroorzaakt door mensen die van de waarheid afdwalen -- dit 'uit elkaar gaan' loutert en zuivert de gemeente. Wie ontrouw is, wordt afgesneden, wie trouw is, wordt gesnoeid, en het is duidelijk wie de toets kan doorstaan.

God stelt ons op de proef. Wij moeten ook ons eigen op de proef stellen: “Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf” (2 Korintiërs 13:5).

“De HERE, uw God, stelt u op de proef om te weten, of gij de HERE, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel” (Deuteronomium 13:3). God stelt onze gehoorzaamheid op de proef om te weten of wij Hem liefhebben. Hij laat toe dat valse leraars wonderen doen, om te zien of wij eerbied voor Zijn woord hebben. Hij laat toe dat er zovele denominaties zijn om te zien of wij in Zijn wegen willen wandelen. Hij beproeft onze vrucht. Ons werk moet de vuurproef doorstaan. Door verdeeldheid worden wij op de proef gesteld. Zullen wij trouw blijven of zullen wij afdwalen?

“Maak er ernst mede u wèl beproefd ten dienste van God te stellen” (2 Timoteüs 2:15).

Roy Davison

    De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de NBG-1951 Vertaling,
    © Nederlands Bijbelgenootschap (tenzij anders aangeduid).