Leid ons niet in verzoeking
"Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze" (Matteüs 6:13).
Een verleiding is een verlokking iets verkeerds te doen door een belofte van genot, gemak of voordeel.
Iedereen wordt verzocht. Jezus zegt dat wij om Gods hulp moeten bidden. In het hof zei Hij aan Petrus, Jacobus en Johannes: "Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak'' (Matteüs 26:41). De discipelen verlangden te doen wat juist was, toch hebben zij kort nadien Jezus verlaten.
Wat is de oorsprong van verzoeking? "Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort" (Jacobus 1:13 t/m 15).
Merk op dat de verzoeking zelf nog geen zonde is. De zonde ontstaat wanneer wij aan de verleiding toegeven.
Verleidingen komen niet van God maar van de satan. Paulus was om de Tessalonicenzen bezorgd: "Daarom kon ik het ook niet langer uithouden en zond hem om mij te vergewissen van uw geloof, of de verzoeker u misschien verzocht had en onze inspanning vruchteloos zou geworden zijn" (1 Tessalonicenzen 3:5).
Christus heeft niet gezondigd, maar Hij werd wel verzocht. "En Hij werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan" (Marcus 1:13).
Jezus leert ons hoe wij verzoekingen kunnen weerstaan. Gebed is noodzakelijk. Hij zegt dat wij moeten bidden dat wij niet in verzoeking komen. Iedere keer dat Jezus in de woestijn werd verzocht, was zijn antwoord: 'Er staat geschreven'. Indien wij de Schrift kennen, begrijpen en toepassen zullen wij in staat zijn de verzoekingen te weerstaan.
"Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel. En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, kreeg Hij ten laatste honger. En de verzoeker kwam en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden. Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat. Toen nam de duivel Hem mede naar de heilige stad en hij stelde Hem op de rand van het dak van de tempel, en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. Jezus zeide tot hem: Er staat ook geschreven: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken" (Matteüs 4:1 t/m 7).
In deze tweede verzoeking, haalt de duivel een bijbeltekst aan, die hij verkeerd toepast natuurlijk. Jezus antwoordt door te zeggen: 'Er staat ook geschreven'! Wij moeten de Schrift goed kennen om verzoekingen te weerstaan. Alles wat de bijbel over iets zegt, moeten wij weten, om te vermijden dat we bedrogen zouden worden door een duivel die de Schrift aanhaalt.
"Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt. Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen. Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem" (Matteüs 4:8 t/m 11).
De verzoekingen in de woestijn maken de betekenis van het woord 'verleiden' duidelijk. De duivel spoort Jezus aan iets verkeerds te doen door dingen te beloven die aantrekkelijk klinken: brood wanneer hij honger heeft, Gods voorzienigheid, heerschappij over de hele wereld. Geen van deze doelen waren voor Jezus verkeerd. Hij had voedsel nodig zoals wij. God had belooft voor Hem te zorgen. En Hij kwam naar deze aarde om Koning van koningen en Heer van heren te zijn. Maar de duivel wou hem aanzetten om deze doelen te bereiken door dingen te doen die verkeerd zouden zijn.
De beloften van de verzoeking, de aanlokkende beloften van genot of winst, zijn altijd bedrieglijk. Echt genot en echte winst komen uitsluitend door het goede te doen.
Indien wij bidden en ons vertrouwen in Gods woord plaatsen, zal God ons helpen de verzoekingen te weerstaan.
Maar wij moeten opletten: "Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten" (1 Petrus 5:8,9). "Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden" (Jacobus 4:7).
"Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle. Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt" (1 Korintiërs 10:12,13). God zorgt ervoor dat er een uitweg is, die wij dan ook moeten benutten.
We moeten geestelijk ingesteld zijn om de verzoekingen te weerstaan, beseffende dat eeuwige geestelijke waarden belangrijker zijn dan tijdelijke aards genot of winst. "Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn. Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord" (1 Timoteüs 6:8 t/m 10). Merk nogmaals op dat de belofte van wereldse rijkdom een valse belofte is. Zij die geld liefhebben, krijgen smart.
Jezus kan ons helpen om de verzoekingen te weerstaan. Hij werd verzocht zoals wij. Hij begrijpt wat het betekent om verzocht te worden. "Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen" (Hebreeën 2:17,18). "Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze [als] [wij] is verzocht geweest, doch zonder te zondigen. Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd" (Hebreeën 4:15,16).
"Dan weet de Here de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen en de onrechtvaardigen te bewaren om hen op de dag des oordeels te straffen" (2 Petrus 2:9).
"Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben" (Jacobus 1:12).
Roy Davison
De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).