Wat moeten wij doen om gered te worden?

Mensen te Kafarnaüm vroegen Jezus: “Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?” (Johannes 6:28). Een wetgeleerde vroeg Hem: “Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?” (Lucas 10:25). Een rijke jongeling vroeg Hem: “Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?” (Marcus 10:17). Op de Pinksterdag vroeg het volk: “Wat moeten wij doen?” (Handelingen 2:37). De gevangenbewaarder te Filippi vroeg: “Wat moet ik doen om behouden te worden?” (Handelingen 16:30).

Welke antwoorden kregen deze mensen van Jezus en Zijn apostelen?

Een populair antwoord in onze tijd, door Evangelischen gegeven, is: U hoeft helemaal niets te doen! De volgende aanhalingen heb ik op Internet gevonden: (1) “De redding hangt niet af van wat u doet of niet doet”; (2) “Uw heil hangt niet af van wat u doet”.

Heeft Jezus geleerd dat men niets moet doen om behouden te worden?

Jezus zei: “Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is” (Matteüs 7:21). “Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots. En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, en het viel niet in, want het was op de rots gegrondvest. En een ieder, die deze mijn woorden hoort en ze niet doet, zal gelijken op een dwaas man, die zijn huis bouwde op het zand. En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het viel in, en zijn val was groot” (Matteüs 7:24 t/m 27).

Dus, om Gods koninkrijk binnen te gaan, moeten wij de wil van de Vader doen. Wij moeten doen wat Jezus zegt.

Evangelischen spreken Jezus tegen wanneer zij beweren dat het heil niet afhankelijk is van wat men doet.

Welke antwoorden kregen mensen die vroegen: “Wat moet ik doen?”

Te Kafarnaüm vroegen de mensen: “Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?” (Johannes 6:28). Jezus antwoordde: “Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft” (Johannes 6:29).

Het eerste dat men moet doen om behouden te worden, is in Christus geloven. “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe” (Johannes 3:16).

Daarna legt Jezus uit dat geloven of niet-geloven verband houdt met wat men doet: “Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke, dat zij in God verricht zijn” (Johannes 3:19 t/m 21).

“Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods” (Romeinen 3:23). Alleen door Christus kunnen zondige mensen gered worden: “De behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden” (Handelingen 4:12). “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen” (Titus 2:11). Christus is “voor allen gestorven” (2 Korintiërs 5:15). Hij heeft Zich gegeven “tot een losprijs voor allen” (1 Timoteüs 2:6). “Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld” (1 Johannes 2:2).

Door het offer van Zijn Zoon heeft God de redding voor iedereen beschikbaar gemaakt. Of men wel of niet behouden wordt, hangt dan af van hoe men op Gods aanbieding van heil reageert.

Het eerste antwoord op de vraag “Wat moeten wij doen?” is “Gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft” (Johannes 6:29).

Dit geloof moet men belijden. Jezus zei: “Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is” (Matteüs 10:32, 33).

En de wetgeleerde dan, welk antwoord kreeg hij toen hij Jezus vroeg, “Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?” (Lucas 10:25). Jezus vroeg hem zijn eigen vraag te beantwoorden en hij zei: “Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf” (Lucas 10:27). Toen zei Jezus: “Gij hebt juist geantwoord; doe dat en gij zult leven” (Lucas 10:28). Toen de wetgeleerde probeerde zich te verontschuldigen door te vragen, “En wie is mijn naaste?”, gaf Jezus het voorbeeld van de Barmhartige Samaritaan en zei: “Ga heen, doe gij evenzo” (Lucas 10:29 t/m 37).

Wat moeten wij doen om het eeuwige leven te beërven? Geloof is de eerste vereiste, maar geloof zonder liefde is waardeloos: “Al ware het, dat ik ... al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets” (1 Korintiërs 13:2).

Wat was het antwoord van Jezus aan de rijke jongeling toen hij vroeg: “Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?” (Marcus 10:17).

Eerst zei Hij: “Indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden” (Matteüs 19:17). Om gered te worden, moeten wij Gods geboden onderhouden. Dit was waar onder het Oude Verbond, en dit is waar onder het Nieuwe Verbond.

Jezus zei: “Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren” (Johannes 14:15). “Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren” (Johannes 14:21). “Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn liefde” (Johannes 15:10).

Maar het is niet voldoende om geboden te onderhouden. Toen de rijke jongeling Jezus zei dat hij de geboden onderhouden had, antwoordde Jezus: “Nog één ding komt gij te kort: verkoop alles wat gij bezit, en verdeel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in de hemelen, en kom hier, volg Mij” (Lucas 18:22).

Al hielt hij de tien geboden, kwam hij tekort. Hij moest zich bekeren en Jezus volgen. Zonder zich te bekeren, kan niemand behouden worden.

Verwijzende naar mensen die wegens hun zonden stierven, zei Jezus: “Meent gij, dat deze Galileeërs groter zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat zij dit lot hebben ondergaan? Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen” (Lucas 13:2, 3). Verwijzende naar mensen die per ongeluk stierven, zei Jezus: “Of meent gij, dat die achttien, op wie de toren bij Siloam viel en die erdoor gedood werden, schuldiger waren dan alle andere mensen, die in Jeruzalem wonen? Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen” (Lucas 13:4, 5).

Om gered te worden, moeten wij alles op zij zetten dat ons van God scheidt en Christus volgen. Jezus zegt: “Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij” (Lucas 9:23).

Is er nog iets dat men moet doen? Nadat Jezus stierf en opstond uit het graf, zei Hij aan Zijn volgelingen: “Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden” (Marcus 16:15, 16).

Naast geloof, belijdenis en bekering, moeten wij ook gedoopt worden om behouden te worden. Dit zegt Jezus.

Paulus verduidelijkt dat de doop zelf is een genadegave God waardoor Hij ons redding schenkt: “Toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland (en) God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens” (Titus 3:4 t/m 7).

Er mankeert iets aan het geloof van mensen die leren: “Uw heil hangt niet af van wat u doet of niet doet”. Zij verwerpen Gods genade die ons door de doop wordt geschonken. Zij zijn ongelovigen in de zin dat zij niet geloven wat Jezus over de redding zegt. Zij beweren dat men door geloof alleen behouden wordt, terwijl Jezus zegt: “Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden” (Marcus 16:16). De Heilige Geest geloven zij ook niet, die door Jacobus zegt: “Geloof zonder werken is dood” (Jakobus 2:20). “Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof” (Jakobus 2:24). Mensen die geloven in redding door geloof alleen hebben geen reddend geloof.

De apostelen predikten hetzelfde evangelie dat Jezus predikte.

Toen de gevangenbewaarder te Filippi vroeg: “Wat moet ik doen om behouden te worden?” (Handelingen 16:30), werd hij gezegd: “Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis. En zij spraken het woord Gods tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mede om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het geloof in God gekomen was” (Handelingen 15:31 t/m 34).

Paulus schreef: “Met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis” (Romeinen 10:10).

En wat was het antwoord van Petrus op de Pinksterdag toen het volk vroeg: “Wat moeten wij doen?” (Handelingen 2:37). “Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de heilige Geest ontvangen” (Handelingen 2:38).

Toen de apostelen gevraagd werden: “Wat moeten wij doen om gered te worden?” was hun antwoord hetzelfde als het antwoord van Jezus. Om behouden te worden moeten mensen in Jezus geloven, hun geloof belijden, zich bekeren en zich tot vergeving van hun zonden laten dopen. Om Jezus te volgen moeten zij zich verloochenen en alles leren onderhouden wat Hij hun bevolen heeft (Matteüs 28:20).

God heeft u zo liefgehad dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft om aan het kruis te sterven om de straf voor uw zonden te ondergaan. Hij biedt u de redding aan als een gratis geschenk van Zijn genade. Of u wel of niet behouden wordt, hangt van uw respons af. U kan behouden worden indien u in Christus gelooft, Zijn naam belijdt, zich van uw zonden bekeert en zich laat dopen. Dit is het goed nieuws door Jezus en Zijn apostelen gepredikt.

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de NBG-1951 Vertaling,
© Nederlands Bijbelgenootschap (tenzij anders aangeduid).